|
De vereisten: Vanzelfsprekend moet je eerst gediplomeerd basisarts zijn om met de opleiding radiologie te kunnen beginnen. Je solliciteert daarna naar een opleidingsplaats op de afdeling radiologie in een ziekenhuis. Artsen die tijdens hun studie (extra) stage(s) bij radiologie hebben gelopen, wetenschappelijk onderzoek op het gebied van radiologie hebben gedaan en/of artsen met enige klinische ervaring krijgen de voorkeur tijdens de sollicitatie. Ben je eenmaal aangenomen, dan duurt de opleiding nog 5 jaar. Tijdens de opleiding worden stages gelopen zowel in een academisch als in een of meer perifere ziekenhuizen. Ook ieder jaar worden twee voortgangstoetsen gemaakt. Deelname aan alle voortgangstoetsen is verplicht, maar slagen niet. Indien aan alle voortgangstoetsen gedurende de opleiding is deelgenomen, wordt door het bestuur NVvR (Nederlandse Vereniging voor Radiologie) aan de assistent-geneeskundige een certificaat Radiologie met hierop aangegeven de behaalde percentielen uitgereikt. De opleiding: Om verder wat inzicht te geven hoe de opleiding in elkaar zit, hier een deel van de tekst over de opleiding radiologie in de regio's UMC-Utrecht/AMC-Amsterdam geschetst door dr. van Schaik, radioloog/opleider in UMC Utrecht.1 Ook in andere regio's is een soort gelijke opleiding te volgen. "Het
is de bedoeling om de jongstejaars assistenten zo vroeg mogelijk de meest
voorkomende pathologie bij te brengen door een combinatie van zelfstudie en
interactief werkgroeponderwijs. Het
eerstejaars programma bestaat uit vijf onderwijsblokken. Het programma loopt
parallel aan het academisch collegejaar met twee blokken in het najaar en drie
in het voorjaar. Ieder blok omvat een periode van vier weken, waarbij per week
één dag wordt besteed in het kader van dit onderwijs: in week 1 en week 2
neemt de assistent een dag als zelfstudiedag op, en in week 3 en 4 bestaat deze
dag uit een ochtend zelfstudie en een middag werkgroeponderwijs. De overige
dagen werkt de assistent in de praktijk. Om
de studiestof te bepalen wordt uitgegaan van de toetsstof zoals gedefinieerd
door de Onderwijscommissie van de Nederlandse Vereniging voor Radiologie. Deze
toetsstof bevat een omschrijving van de theorie van de radiologie, die de
algemeen radioloog zich in de loop van zijn opleiding moet eigen maken aan de
hand van geschikte tekstboeken. Voor dit blokonderwijs is een studielast
vastgesteld van 36 zelfstudie-uren per blok. Deze studielast is hoog, maar niet
zo dat het demotiverend kan werken. De studiestof voor alle blokken wordt aan
het begin van het programma bekendgemaakt, zodat de assistenten de mogelijkheid
hebben om de stof al eerder te bestuderen, bijvoorbeeld in samenhang met hun
praktijkstages. De
studielast per blok is zo zwaar dat redelijkerwijs niet mag worden verwacht dat
de assistent de studiestof naast zijn dienstverband volledig in eigen tijd kan
bestuderen. Daarom werd besloten deze studietijd deels toe te kennen in de vorm
van studiedagen, volgens de verdeelsleutel: de helft in eigen tijd, de helft in
werktijd. Bij een studielast van ongeveer 36 uur en gemiddeld ongeveer zes uur
studie per dag, betekent dit dus drie dagen studeren in eigen tijd en drie dagen
in werktijd (drie toegekende studiedagen per blok). Omdat het inschatten van
studielast moeilijk is, werd voor het eerste jaarprogramma de omvang van de
studiestof aan de lage kant gehouden. In
week drie en vier van ieder blok wordt een werkgroepbijeenkomst georganiseerd
van drie à drieënhalf uur interactief casusgericht onderwijs. Hierbij worden
radiologische casus pro diagnosi gepresenteerd (met PC en beamer) die betrekking
hebben op de bestudeerde stof. Per casus presenteert een assistent (per
toerbeurt) zijn of haar bevindingen en wordt de casus vervolgens in de groep
verder besproken. De docent stuurt de discussie en verduidelijkt de
probleempunten. Er wordt dus geen hoorcollege gegeven. Omdat het op deze manier
analyseren en interpreteren van radiologische onderzoeken zeer intensief is, is
ervoor gekozen de duur van de werkgroepsbijeenkomsten te beperken tot één
dagdeel per keer. De
tijdsinvestering per assistent per onderwijsblok is vier werkdagen. Op jaarbasis
is dat 5 x 4 dagen = 20 dagen. Bij een fulltime dienstverband van 200 dagen is
dit ongeveer 10 procent van de totale werktijd. Over de gehele opleiding
gerekend, kost het de assistent bij een volledige cyclus van drie jaar 3 x 20
dagen = 60 dagen. Bij een totaal van 5 x 200 = 1000 werkdagen over 5 jaar is dit
dus 6 procent van de totale opleidingstijd, waarvan 4,5 procent zelfstudie. Een
heel acceptabele investering voor het grondig doornemen van de hele theoretische
studiestof! Per docent is de tijdsinvestering per blok, na eenmalige voorbereiding,
in principe 2 x 3 uur."
De arbeidsmarkt:
1) MEDISCH CONTACT • 22 APRIL 2005 • 60 nr. 16
|
|
Home - Gastenboek - Contact |